Orthomoleculaire geneeskunde

“Orthomoleculaire geneeskunde” werd in 1968 geïntroduceerd door Linus Pauling (1901-1994), chemicus en tweevoudig Nobelprijswinnaar. Zijn definitie voor de term luidde: “Orthomoleculaire therapie heeft als doel het behouden van een goede gezondheid en het behandelen van ziektes door het veranderen van de concentraties van substanties die normaal in het menselijk lichaam aanwezig zijn.

Orthomoleculaire geneeskunde is er onder andere op gericht het lichaam te voorzien van de juiste concentraties macro- en micronutriënten zoals vitamines, mineralen en vetzuren, zodat het optimaal kan functioneren en het zelfherstellend vermogen wordt bevorderd.

Met behulp van voedingsadviezen wordt gestreefd naar inname van voldoende noodzakelijke voedingsstoffen. Daarnaast wordt er gekeken naar andere belangrijke factoren zoals verteringsproblemen, voeding intoleranties en inname van ontstekingsbevorderende voeding, toxische stoffen en medicijnen. Dit heeft namelijk allemaal invloed op het verbruik en de opname van nutriënten. Zelfs bij een gezond voedingspatroon kan het toch zijn dat je van bepaalde nutriënten tekorten oploopt, bijvoorbeeld door verhoogde behoefte bij ziekte en stress, of te weinig zonexpositie. In deze gevallen is dan (tijdelijk) extra suppletie nodig. 

Naast voeding en suppletie wordt bij orthomoleculaire geneeskunde gekeken naar leefstijlfactoren zoals beweging, ontspanning en slaap. Dit is belangrijk omdat al deze factoren invloed hebben op elkaar.